19 mei 2020
Onderzoeksproject Lean
TNO & Universiteit van Utrecht

Samenvatting geologisch rapport TNO en Universiteit van Utrecht voor onderzoeksproject Lean

Eerder dit jaar publiceerden we het TNO rapport over het de resultaten van het geologisch onderzoek dat in 2019 in samenwerking met de Universiteit van Utrecht is uitgevoerd voor onderzoeksproject Lean. Met dit onderzoek werd gekeken naar de mogelijkheden voor aardwarmtewinning in de diepe ondergrond. De uitkomsten zijn nu vertaald naar een gemakkelijker leesbare samenvatting.

Zoals bij een wetenschappelijke publicatie gebruikelijk is, is dit rapport opgesteld in het Engels. We vroegen de onderzoekers een samenvatting te schrijven. Daarmee kunnen ook ‘niet-geologen’ op een makkelijkere manier kennis nemen van de conclusies van het onderzoek. 

Duidelijkheid

“Met het rapport en de aanvullende samenvatting hopen we ook zorgen weg te nemen en vragen te beantwoorden”, vertelt Hans Veldkamp van TNO. “Denk aan zorgen van omwonenden met betrekking tot een boring en de mogelijke aanwezigheid van breuklijnen. Ook willen we duidelijk antwoord geven op de vraag waarom het onderzoeksgebied eerder in het traject is toegespitst op Utrecht Zuid en Nieuwegein.”

Vragen

Mocht er toch behoefte zijn aan een toelichting van de wetenschappers van TNO, dan horen wij dat graag. Dan kan door een mail te sturen naar manon.raats@warmtebron.nu  Uiteraard kunnen ook onderaan dit artikel vragen worden gesteld. Samen met de onderzoekers zullen we deze dan beantwoorden.

Hoeveel sterren geef je dit artikel?

Heb je vragen?

Martin van Nieuwenhoven24 augustus 2020 | 17:14

Waarom zijn een aantal naburige scan-lijnen (MZ-85 17, MZ-85 18, MZ-87 51 en MZ-88 50) niet betrokken en herbeoordeeld bij het in kaart brengen van de ondergrond en vooral het lokaliseren van mogelijke breuken in het doelgebied ? Kan dit alsnog worden gedaan en dit samen met de aanvullende gegevens van de extra seismische lijn (die EBN/TNO binnekort gaan schieten door de Rijnenburgpolder onder de A12 naar kruispunt Lunnetten) verwerkt worden in een vollediger beeld van de ondergrond van het doelgebied ?

Manon 25 augustus 2020 | 07:05

Beste Martin, dank je wel voor je vraag. Ik heb je vragen doorgestuurd naar mijn collega’s die betrokken zijn bij het geologisch onderzoek. Zodra ik hun reactie zal ik je dat laten weten. Mooie dag.

Manon 4 september 2020 | 07:24

Hoi Martin, Formeel zijn enkel 85-17 en 88-50 SCAN lijnen, met andere woorden oude lijnen die door SCAN gereprocest zijn. 85-18 en 87-51 zijn niet gereprocest. TNO heeft de gereproceste lijnen trouwens niet gebruikt om een update van het TNO-model te maken. Het TNO-model diende alleen om de potentie van het gebied inzichtelijk te maken. ENGIE heeft een gedetailleerder model gemaakt, daarin zijn MZ85-17, MZ85-18, MZ87-51 en MZ85-14, MZ88-50 en MZ85-15 gebruikt.
Ondanks het feit dat de vier genoemde lijnen niet met naam en toenaam worden genoemd in (de samenvatting van) het geologisch rapport, zijn ze wel degelijk gebruikt om een zo compleet mogelijk beeld van de ondergrond te verkrijgen.
We zijn zeer benieuwd naar de resultaten van SCAN-lijn die ten oosten (verlengde van de lijn Utrecht-Almere) en ten westen van Utrecht lopen. Weliswaar zijn al voldoende seismische lijnen beschikbaar om een goed beeld te hebben van de flank van de anticlinale structuur die het doel van de proefboring zou kunnen zijn, maar een NNE-SSW lijn die doorloopt van enkele kilometers ten NNW van de A12 tot enkele kilometers ten WSW van de A12 zou het beeld van de breukzone die de NNE-begrenzing vormt van de anticline mogelijk kunnen verbeteren. Dit klinkt aardig technisch kan ik me voorstellen. Mocht er behoefte aan zijn, kunnen we kijken of we aan geologie ook specifiek aandacht kunnen besteden in de warmteweken die gaan volgen.

Martin van Nieuwenhoven7 september 2020 | 12:33

Dag Manon,
Het antwoord is niet duidelijk leesbaar (eerste zinnen) en ook niet erg begrijpelijk. Wat is het TNO-model en wat is het ENGIE-model (staat dat in het rapport ?) en wat is het verschil tussen beide modellen ? Er wordt in het rapport alleen van een paar lijnen een analyse weergegeven, maar een samenhangende analyse van alle lijnen in het gebied en welk beeld dit aan breuken in het gehele gebied (specifiek geldt de belangstelling nu voor de locaties die in het Haalbaarheidsonderzoek LEAN worden genoemd) oplevert zie ik niet terug. Het is ook niet inzichtelijk wat de bijdrage van de andere lijnen hierin is.

Martin van Nieuwenhoven24 augustus 2020 | 17:05

De Nederlandse samenvatting die ik heb ontvangen wijkt af van de hier gepubliceerde. Toen werd nog geconcludeerd dat: ‘De beste locatie van een toekomstige put zou proximaal Eneco station 5 zijn, aangezien dit zich boven de zuidelijke flank van de anticline bevindt. Als wordt aangenomen dat de afstand tussen de putten 1500 m is, kunnen naar schatting 6 geothermische doubletten langs de slag van de anticline worden geplaatst’. Waarom wijken beide versie van elkaar af op deze punten en waarom wijken de samenvattingen af van het oorspronkelijke rapport (waar ook nergens iets in staat over 6 doublets) ?

Martin van Nieuwenhoven31 augustus 2020 | 15:53

Correctie: in het oorspronkelijke rapport worden wel 6 productieputten vermeld

Op de hoogte blijven?
Ontvang nieuwe berichten per mail.

Deel dit bericht