6 februari 2020
Onderzoeksproject Lean
Warmtebron Utrecht

Onderzoeksproject Lean uiteengezet in vergunningen, procedures en inspraak

Welke vergunningen heeft Warmtebron Utrecht nodig voor het onderzoeksproject Lean? Welke procedures gelden daarvoor en welke inspraakmogelijkheden heeft u als omwonende of belanghebbende? Om dit alles inzichtelijk te maken, hebben we al die informatie in dit artikel op een rij gezet. Van begin tot eind. Dus vanaf de allereerste verkenning tot aan het sluiten van het doublet aan het einde van de winningsperiode.

 

Verkennen en opsporen

Voor het opsporen van aardwarmte heb je, net als bij andere delfstoffen, op grond van de Mijnbouwwet meerdere vergunningen nodig. Om te beginnen een opsporingsvergunning van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK).  

Opsporingsgebied

Medio 2018 is voor de onderzoeksprojecten Lean en Goud van Warmtebron Utrecht een opsporingsvergunning bij EZK aangevraagd. Deze vergunning is eind oktober 2019 afgegeven voor het opsporingsgebied dat bestaat uit de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Woerden en Zeist. Met die vergunning heeft Warmtebron Utrecht voor een periode van vier jaar het alleenrecht om in het opsporingsgebied dieper dan 500 meter in de bodem onderzoek te doen naar aardwarmte.

Uitgebreid advies

Voor de vergunningaanvraag heeft het ministerie Gedeputeerde Staten (GS) van de Provincie Utrecht, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM), de Mijnraad en TNO om advies gevraagd. De provincie heeft bij haar advisering vervolgens de gemeenten Bunnik, De Bilt, Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Woerden en Zeist, Waternet/AGV, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, Vitens, de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht en Omgevingsdienst Regio Utrecht nauw betrokken.

Bouw, aanleg locatie, boren en testen

Voor het inrichten van een mijnbouwlocatie heb je een omgevingsvergunning van EZK nodig. Voorafgaand aan deze aanvraag beoordeelt het ministerie of er een Milieu Effect Rapportage (MER) moet worden opgesteld. Pas als beide procedures succesvol zijn doorlopen, kan Warmtebron Utrecht aan de slag met de locatie voor het boren, testen en aansluitend winnen van aardwarmte. Maar voordat we echter een aanvraag indienen bij het ministerie van  Economische Zaken en Klimaat vragen we eerst de gemeente een besluit te nemen over de gekozen locatie.

MER-beoordeling

Op basis van een ingediende Aanmeldingsnotitie beoordeelt EZK zoals gezegd of voor de activiteiten milieueffectrapportage (MER) nodig is. Voor deze beoordeling geldt een procedure op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer die 6 weken duurt en waarin onder andere de gemeente om advies wordt gevraagd. Voor je deze procedure in kunt, moet je als aanvrager verschillende onderzoeken en studies uit (laten) voeren. Deze hebben betrekking op veiligheid, archeologie, geluid, ecologie, de bodem en stikstofdepositie. De beoordeling door EZK is noodzakelijk voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning. Uit de MER-beoordeling kan namelijk blijken dat er alsnog een MER moet worden opgesteld voorafgaand aan de vergunningsprocedure. Het MER-beoordelingsbesluit wordt als bijlage bij de vergunningsaanvraag gevoegd. De inspraakmogelijkheden voor het MER-beoordelingsbesluit zijn gekoppeld aan de inspraakmogelijkheden van de moederprocedure (de aanvraag van de omgevingsvergunning).

Omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning heb je nodig om de locatie aan te leggen en daarop een mijnbouwwerk op te richten om te kunnen boren, testen en winnen. Daarin zijn de aspecten ruimtelijke ordening, milieu en bouwen meegenomen. Deze vergunning wordt afgegeven door EZK. Een van de delen heeft betrekking op de ruimtelijke ordening. Als er vooraf niet eerst een bestemmingsplanprocedure voor de locatie wordt doorlopen, kan het ministerie aan de gemeente een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ vragen om af te mogen wijken van het geldende bestemmingsplan. Het milieudeel heeft betrekking op de uit te voeren boring, het testen en het winnen van aardwarmte. Het bouwdeel richt zich op de bouwvergunningsplichtige onderdelen zoals het realiseren van bijvoorbeeld het hekwerk en het pomphuis.

Inspraak omgevingsvergunning

De uitgebreide procedure voor deze vergunningsaanvraag (volgens artikel 2.12 Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, ofwel Wabo) duurt een half jaar en kan eenmalig verlengd worden met 6 weken. Gedurende de procedure zijn 6 weken ingericht voor het indienen van zienswijzen. Na deze periode volgt nog een periode van 6 weken om tegen het uiteindelijke besluit in beroep te gaan.

Zienswijze

Om tot een besluit te komen voor het verlenen van een omgevingsvergunning geldt de zogenoemde uitgebreide voorbereidingsprocedure. Het concept-besluit dat hier uit voortkomt wordt samen met het MER-beoordelingsbesluit ter inzage gelegd. Vanaf dat moment hebben belanghebbenden en omwonenden zes weken de tijd om hun zienswijze in te dienen ten aanzien van het concept-besluit en het MER-beoordelingsbesluit.

In beroep

De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na de aanvraag een besluit nemen over de omgevingsvergunning. In het besluit staat op welke wijze rekening is gehouden met de ingebrachte zienswijzen. De vergunning treedt één dag na toezending van het besluit in werking. Belanghebbenden die het niet eens zijn met het besluit, kunnen in beroep gaan bij de rechtbank of eventueel de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en mogelijk een voorlopige voorziening aanvragen. Er is dus geen bezwaarfase. Een beroep heeft geen schorsende werking tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd. Bij geen beroep is het besluit onherroepelijk na zes weken en kunnen de bouwactiviteiten van start gaan.

Natuurbescherming

In het kader van de Wet natuurbescherming moet Warmtebron Utrecht ook de effecten van de activiteiten op beschermde soorten dieren, planten en gebieden (Natura 2000) inzichtelijk maken. Deze ‘natuurtoets’ is bedoeld als bijlage bij de eerder genoemde Aanmeldingsnotitie en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Mocht het noodzakelijk zijn dat er bomen gekapt moeten worden, dan wordt in deze natuurtoets ook gekeken naar de natuurwaarden daarvan. De kapvergunning maakt dan deel uit van de aan te vragen omgevingsvergunning.

Als er sprake is van stikstofneerslag (‘depositie’) op een natuurgebied en/of er een effect is op beschermde soorten dan kan het nodig zijn dat er een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming moet worden aangevraagd (procedure Wnb artikel 5.1) bij de Provincie Utrecht. Deze aanvraagprocedure duurt 13 weken en kan mogelijk met 7 weken worden verlengd. Voorafgaand aan het MER-beoordelingsbesluit door EZK dient inzicht te zijn op het verlenen van deze vergunning, omdat het eventueel verlenen van de vergunning van invloed kan zijn op de uitkomst van de MER-beoordeling.

Waterwetvergunning

Voor de aanleg van een verhard oppervlak op de locatie (compensatie verhard oppervlak), het lozen op het oppervlaktewater vanaf die locatie (en eventueel bronbemaling voor het aanleggen van een boorkelder) dient Warmtebron Utrecht een vergunning op grond van de Waterwet aan te vragen bij het Waterschap. Dat kan met behulp van de reguliere procedure hoofdstuk 4 van de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb). Deze duurt 8 weken en kan indien nodig met 6 weken worden verlengd. De bezwaarperiode bij het Waterschap duurt tot 6 weken na het besluit.

Overige aspecten

Het kan zijn dat nog overige vergunningen, toestemmingen, ontheffingen nodig voor de uitvoering. Denk aan een mogelijke tijdelijke toegangsweg, een inritvergunning of iets dergelijks. Daarnaast spelen er aspecten zoals het aansluiten van de installatie op het elektriciteitsnet, telecommunicatie, maar ook het gebruik van hulpstoffen op locatie en het eventueel afvoeren van licht radioactief materiaal. Deze komen in beeld op het moment dat de exacte activiteiten en de locatie vaststaan. Deze zaken hebben echter geen impact op de totale planning en kunnen parallel lopen aan andere procedures.

Winnen

Als Warmtebron Utrecht na de testfase daadwerkelijk over wil gaan tot het winnen van aardwarmte, dan hebben we daarvoor een winningsvergunning van EZK nodig. Deze geeft ons het economisch recht om aardwarmte te exploiteren. Naast de winningsvergunning hebben we  goedkeuring nodig op het winningsplan. Dit plan beschrijft hoe we aardwarmte willen gaan winnen en wat de (mogelijke) gevolgen zijn voor de diepe ondergrond. 

Winningsvergunning

In het geval van Warmtebron Utrecht gaat dit om een tijdelijke vergunning vooruitlopend de gewijzigde Mijnbouwwet die in 2021 in werking treedt. Binnen 2 jaar (met eventueel verlenging van een jaar) moet hierop een zogeheten vervolgvergunning worden aangevraagd onder de nieuwe Mijnbouwwet. Hiervoor geldt een procedure volgens artikel 17 van de Mijnbouwwet. Deze duurt een half jaar en kan eenmalig door de minister met zes maanden worden verlengd. In uitzonderlijke gevallen twee keer met ten hoogste een jaar). Ook voor de winningsvergunning brengen SodM, GS (B&W, Waterschap), EBN, TNO en de Mijnraad advies uit.

Inspraak

Op het verlenen van een winningsvergunning is de ‘uniforme openbare voorbereidingsprocedure’ niet van toepassing. Dat betekent dat de minister geen voorgenomen besluit publiceert waar iedereen een zienswijze op kan indienen. Wel is er de mogelijkheid tot inspraak bij het besluit van de minister over de aanvraag van een winningsvergunning. Belanghebbenden kunnen dan bezwaar bij de minister indienen tegen het besluit en eventueel daarna in beroep gaan.

Winningsplan

Het (tijdelijk) winningsplan dient tegelijk met de (tijdelijke) winningsvergunning te worden ingediend en gaat in op de wijze en duur van de winning, de verwachte hoeveelheden aardwarmte, de verwachtingen over bodembeweging en hoe schade als gevolg van bodembeweging wordt voorkomen. Bij het winningsplan hoort ook een meet- en monitoringsplan waarin beschreven staat op welke manier de winning wordt gemonitord en gemeten tijdens de winningsperiode. Het tijdelijke winningsplan moet goedgekeurd worden door EZK. Bij de aanvraag van de eerder genoemde vervolgvergunning wordt ook het definitieve winningsplan meegenomen.

Onderdelen van het winningsplan:

  • de verwachte hoeveelheid aanwezige warmte en de ligging ervan;
  • het aanvangstijdstip en de duur van de winning;
  • de wijze van winning en de daarmee verband houdende activiteiten;
  • de hoeveelheden jaarlijks te winnen warmte*;
  • de kosten van de warmtewinning op jaarbasis *;
  • de bodembeweging als gevolg van de winning en de daarmee verband houdende activiteiten en de maatregelen die schade door bodembeweging moeten voorkomen;
  • de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan met een risicobeoordeling.

(* Bedrijfsgevoelige, vertrouwelijke informatie, zoals de hoeveelheid winbare warmte en de productiekosten, worden niet openbaar gemaakt.)

Toetsing en advies

Voor het besluit om al dan niet in te stemmen met het tijdelijke winningsplan volgt EZK een uniforme openbare voorbereidingsprocedure. De minister laat het winningsplan toetsen aan de Mijnbouwwet en wint advies in over het winningsplan bij SodM en de Technische commissie bodembeweging (Tcbb). Vooruitlopend op de voorgenomen wijziging van de Mijnbouwwet krijgen ook provincies, gemeenten en waterschappen adviesrecht. Ook wordt het winningsplan voorgelegd aan de Mijnraad. De minister kan de instemming ook onder beperkingen verlenen of daaraan voorschriften verbinden.

Inspraak

Belanghebbenden zoals omwonenden hebben de mogelijkheid hun zienswijzen in te dienen op het conceptbesluit van EZK voor een winningsplan. Ook bij een wijziging van het winningsplan of bij het intrekken van de instemming door de minister is de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing. Dus ook in deze procedure kan een ieder een zienswijze indienen. Burgers, overheden of organisaties die een zienswijze hebben ingediend en het niet eens zijn met het besluit, kunnen vervolgens in beroep gaan bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is dus geen bezwaarfase.

Milieu-neutrale wijziging

Door het inwinnen van advies en de inspraakperiodes duren vergunningprocedures in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) over het algemeen lang. Ook zijn er weinig mogelijkheden om veranderingen snel en eenvoudig te kunnen toestaan. Gelukkig bestaan er enkele uitzonderingen die de regel bevestigen, zoals de milieu-neutrale verandering.

Verkorte procedure

Als uit de eerste test blijkt dat de winning niet past binnen de voorwaarden van de afgegeven Wabo omgevingsvergunning en deze geen extra belasting op het milieu heeft dan kan een milieu-neutrale verandering worden aangevraagd. Bijvoorbeeld als er uit de test blijkt dat er een extra of andere winningsinstallatie nodig is of er een wijziging aan de bestaande installatie moet worden uitgevoerd, waarbij kan worden aangetoond dat de geluidsbelasting niet groter wordt dan wat al vergund is.

Daarmee is het mogelijk om niet de uitgebreide voorbereidingsprocedure – die 6 maanden en 6 weken duurt – te volgen, maar de reguliere voorbereidingsprocedure. Deze is aanmerkelijk korter, namelijk 8 weken met eventueel 6 weken verlenging. Voor een aanvrager die op korte termijn een wijziging wil doorvoeren kan dat dus gunstig zijn.

Daarvoor gelden wel de onderstaande voorwaarden:

  • de verandering veroorzaakt geen andere of grotere nadelige gevolgen voor het milieu dan volgens de verleende omgevingsvergunning is toegestaan;
  • de verandering leidt niet tot een andere inrichting dan waarvoor eerder een omgevingsvergunning is verleend;
  • er is geen verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage (MER).

Opruimen

Na de winningsperiode, of als uit de boring(en) blijkt dat geen (economisch winbare) aardwarmte kan worden gewonnen, wordt een put of doublet aan het einde van de levenscyclus gesloten. In het vakjargon noemen ze dit de ‘abandonmentfase’. Daarbij gaat het om het afsluiten van de boorgaten, het verwijderen en slopen van installaties en gebouwen, het verwijderen van de verharding en het terugbrengen van de locatie in de oorspronkelijke staat.  

Om een put buiten werking te mogen stellen, moet je als operator een sluitingsplan en werkprogramma hebben dat goedgekeurd is door SodM. Daarnaast moet je ook een sloopmelding doen of sloopvergunning hebben.

Sluitingsplan

Uiterlijk een jaar na het staken van de winning moet de operator een sluitingsplan indienen bij de minister. Welke informatie een sluitingsplan moet bevatten, staat in het Mijnbouwbesluit. De minister beslist binnen 13 weken over het sluitingsplan. Blijft een beslissing binnen deze periode uit, dan is het plan van rechtswege goedgekeurd. Naast het sluitingsplan moet de operator een addendum (een toevoeging of uitbreiding) indienen op het eerder al ingediende Health & Safety plan bij SodM.

Werkprogramma sluiting

Voor het sluiten van een aardwarmtelocatie bestaan werkprogramma’s voor het buiten gebruik stellen van de aanwezige put(ten) en boorgat(en). Per boorgat of put wordt een programma gestuurd naar de inspecteur-generaal der mijnen (SodM). Welke informatie de werkprogramma’s moeten bevatten, is opgesomd in de Mijnbouwregeling. 

Sloopmelding

In principe geldt op basis van het Bouwbesluit uit 2012 een meldingsplicht voor het slopen van bouwwerken. Deze melding moet minimaal vier weken voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden plaatsvinden. De sloopmelding kan digitaal worden gedaan via het Omgevingsloket.

Bevoegd gezag

Volgens het principe ‘eens bevoegd gezag, altijd bevoegd gezag’ is het bestuursorgaan dat een eerdere omgevingsvergunning heeft afgegeven het bevoegde gezag. Bij de omgevingsvergunning voor de winning is/was dit de minister. Om die reden is de minister ook voor een omgevingsvergunning voor de sloop het bevoegd gezag.

Procedure

Bij het besluit om een omgevingsvergunning (sloop) te verlenen geldt de reguliere voorbereidingsprocedure.

Hoeveel sterren geef je dit artikel?

Heb je vragen?

Op de hoogte blijven?

Ontvang nieuwe berichten per mail.

Deel dit bericht