21 februari 2020
Onderzoeksproject Lean
Warmtebron Utrecht

Antwoorden op vragen van omwonenden over onderzoeksproject Lean (deel 2)

In dit artikel het tweede deel van de beantwoording van de vragen die wij tijdens en na de informatiebijeenkomsten in Nieuwegein hebben ontvangen. In dit artikel staan de onverkorte antwoorden op 31 vragen. Omwille van de privacy zijn alle vragen door ons geanonimiseerd.

In totaal kregen we een kleine 70 vragen. Deze hebben we voorgelegd aan de vakinhoudelijke specialisten in het team van Warmtebron. Het zorgvuldig en zo volledig mogelijk beantwoorden van al die vragen neemt wat meer tijd in beslag dan we van te voren hadden verwacht. Daar komt nog bij dat we de vaak technische en complexe antwoorden graag in ‘gewone mensentaal’ willen aanbieden. Eerder deelden we op deze site al de antwoorden op de eerste set van 27 vragen. Ook de resterende antwoorden op de overige vragen zullen we snel met u delen.

Aanvullende vragen

Mocht u nog aanvullende vragen voor ons hebben, dan kunt u die te allen tijde aan ons stellen via info@warmtebron.nu de site of via Facebook. Ook via deze kanalen beantwoorden wij doorlopend vragen over de onderzoeksprojecten van Warmtebron Utrecht.

Vragen en antwoorden

1.Blijven we ook in het geval van aardwarmte overgeleverd aan een monopolist op het gebied van aardwarmtelevering zoals in de huidige situatie het geval is? Een aantal markten in Nederland is gereguleerd. Denk bijvoorbeeld aan nutssectoren als telecom, de zorg, energie en water. Vrije concurrentie is er toegestaan, maar dan wel binnen de doelstellingen van het algemeen belang die de overheid nastreeft. Ook stadswarmte is een gereguleerde markt met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) als toezichthouder. Deze instantie beschermt de consumentenbelangen. Warmtetarieven en ook het rendement dat de leverancier mag maken zijn gereguleerd en gemaximeerd.

2. Volgt er nog een uitbreiding op het warmtenet? En zo ja waar vindt die plaats en wanneer? Hier is op dit moment nog geen duidelijkheid is over. De gemeente Nieuwegein werkt momenteel aan een Transitievisie Warmte plan hiervoor.

3. Worden we straks met de stadsverwarming afhankelijk van geothermie? Met het project Lean onderzoekt Warmtebron Utrecht of het mogelijk is om met één aardwarmte-installatie duizenden huishoudens via het warmtenet te verwarmen. Eneco gebruikt nu aardgas om deze warmte op te wekken en wil indien mogelijk aardwarmte gaan gebruiken om het warmtenet te verduurzamen. Om in de volledige warmtevraag te kunnen voorzien, heb je aan aardwarmte alleen niet genoeg. Daarom moet er ook naar andere hernieuwbare bronnen zoals energie uit water worden gekeken. Aardwarmte is dus maar één van de bronnen in de energiemix van de toekomst.

4. Wat betekent het voor de temperatuur van onze verwarming als straks de warmte van de geothermie afneemt? Dit heeft voor afnemers geen enkel merkbaar effect ten opzichte van het vertrouwde warmtecomfort zoals zij dit gewend zijn.

5. Wordt het warmtenet in Batau-Noord uitgebreid wanneer de proefboring succesvol blijkt te zijn? Er komt dan immers meer warmte beschikbaar. Onlangs zijn door Stedin in onze wijk alle gas-aansluitleidingen vernieuwd. Is dat dan geen kapitaalvernietiging? Een eventuele eerste boring en de daaruit voortvloeiende conclusies over de bruikbaarheid van de warmte staan helemaal los van de besluitvorming over een mogelijke uitbreiding van het stadswarmtenet. Vragen over gasleidingen kunt u het beste richten aan Stedin of aan de gemeente Nieuwegein.

 6. Is Eneco voornemens de stadsverwarming uit te breiden in Batau-Zuid voor eigen woningen? Ook de wijk Batau-Zuid is, net als alle andere wijken in Nieuwegein, in onderzoek voor een collectieve warmteoplossing met zo laag mogelijke maatschappelijke impact. Eneco is hierover in gesprek met de gemeente Nieuwegein, in het kader van de Transitievisie Warmte. Deze Transitievisie van de gemeente gaat een antwoord geven op de gebiedsvraag. Deze Transitievisie, waarover de gemeenteraad een besluit zal nemen is uiterlijk in 2021 gereed. Eneco werkt nu dus mee aan het maken van een plan (de Transitievisie) dat tot uitbreiding kan leiden.

7. Bestaat er rapportage over de ervaring van bewoners op plekken waar aardwarmteprojecten draaien? Er is in 2010 door een student van de faculteit Technische Bestuurskunde van de TU Delft en in opdracht van Northern Dutch Drilling Company (NDDC) onderzoek uitgevoerd naar de perceptie van de buurtbewoners van de wijk Leyenburg, stadsdeel Escamp, ten opzichte van de diepteboring naar aardwarmte in Den Haag. Het onderzoek is gedaan in overleg met het consortium Aardwarmte Den Haag, de opdrachtgever van Northern Dutch Drilling Company. Er is naar ons weten geen onderzoek gedaan naar ervaringen van bewoners tijdens de productiefase in Nederland, wat ook niet vreemd is want er bestaat nog geen producerende projecten in de gebouwde omgeving.

 8. Komt het water spontaan omhoog? Het water komt niet spontaan omhoog en moet omhoog gepompt worden met een speciale elektrische pomp (Electrical Submersible Pump of ESP) die op enkele honderden meters diepte in de productieput wordt geplaatst. De exacte diepte voor de pomp die we mogelijk voor Lean gaan inzetten is momenteel nog niet bekend.

9. Wat gebeurt er met het uitgefilterde gruis dat omhoog komt? Tijdens de productie kan ‘gruis’ ofwel verontreinigingen en vaste deeltjes mee omhoog komen met het water. Deze verontreiniging kan afkomstig zijn van het reservoir (zand), van de put (corrosie en sedimentatie) of van de technische installaties (vervuiling en deeltjes van bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden). Het opgepompte water wordt eerst gefilterd voordat dit het systeem in gaat en vervolgens ook voor dat het weer terug de grond in wordt gepompt. Deze filtratie is noodzakelijk om de kans op slijtage, vervuilingen en blokkering te minimaliseren. De deeltjes die in de filters worden opgevangen worden onderzocht en vervolgens afgevoerd. Afhankelijk van de eigenschappen van de achtergebleven deeltjes (bijvoorbeeld lichte radioactiviteit) wordt dit onder speciale condities afgevoerd en verwerkt.

10. Komt door het onttrekken van de warmte aan de aarde een kortere levensduur van de aarde?  De warmte die onttrokken wordt aan de aarde is voor de totale aarde verwaarloosbaar. De ruim 100 meter dikke grondlaag op ongeveer 2.700 meter diepte zal langzaam over een periode van tientallen jaren enkele graden afkoelen. Nadat warmteproductie wordt gestopt, zal de grondlaag weer langzaam opwarmen door de warmte uit de diepere aardlagen.

 

11. Weten jullie exact wat de risico’s zijn? Wij brengen de risico’s in de verschillende fases van het project in kaart en voeren diverse risicoanalyses uit. Een aantal van die analyses zijn verplicht en moeten worden ingediend bij de Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Denk hierbij aan algemene projectrisico’s, seismische risico’s, risico’s tijdens de boring, risico’s tijdens de productie, koolwaterstofrisico’s en werkveiligheidsrisico’s. In een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) zetten we de eigenschappen van de risicovolle activiteit af tegen de eigenschappen van de omgeving, waarbij in het bijzonder de aanwezigheid van personen in beeld wordt gebracht.

12. Jullie hebben het nu over een locatie zo dicht mogelijk bij het warmteoverdrachtstation (WOS) van Eneco. Kan dat specifieker? Op dit moment zijn we nog bezig met de haalbaarheidsstudie. Hoewel we het onderzoeksgebied al hebben verkleind van acht gemeentes naar een gebied rondom WOS-locatie, zijn er nog steeds aspecten die uitgezocht moeten worden. Is er genoeg ruimte? Wat is de impact op de flora & fauna? Is er belangrijke archeologie aanwezig? Pas als de hele haalbaarheidsstudie afgerond is kunnen we specifieker zijn. De haalbaarheidsstudie zal dan uiteraard ook publiekelijk beschikbaar zijn.

13. Wordt er ook gekeken naar de ruimte aan de noordkant (bij tramremise) aangezien de ruimte daar groot genoeg is?Er is in een eerdere fase van de haalbaarheidsstudie ook gekeken naar een groot aantal andere locaties, waaronder het gebied rondom de tramremise. Deze studie wordt momenteel beschikbaar gemaakt in een publieksvriendelijke versie. Hoewel de bovengrondse ruimte een belangrijk aspect is, is dat niet het enige criterium waaraan een locatie moet voldoen. Het gebied maakt deel uit van de A12 zone en er gaat mogelijk hoogstedelijke ontwikkeling met woningbouw plaatsvinden. ‘Hoogstedelijk gebied’ kenmerkt zich door intensief en meervoudig ruimtegebruik in de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer. In zo’n gebied zijn veel functies op een klein oppervlak te vinden: wonen, winkels, kantoren, voorzieningen en infrastructuur. De Provincie kijkt hier momenteel naar en dat maakt een eventuele inpassing voor aardwarmte vooralsnog heel lastig. De locatie bevindt zich hemelsbreed ook ongeveer 1.400 meter van het benodigde warmteoverdrachtstation (WOS) wat een zeer lang en complex en kostbaar aanlegtracé zou creëren met veel overlast voor omwonenden.

14. Indien er een gebouw bij het warmtestation bijgeplaatst dient te worden, zouden jullie deze dan niet aan de achterkant van het warmtestation willen plaatsen om zo de groenstrook intact te houden. Wellicht is het aanpassen/uitbreiden van het bestaande gebouw een optie aangezien het gebouw redelijk gedateerd is? Een belangrijk aspect van de mogelijke locatie en het uiterlijk van het gebouw is de ruimtelijke inpassing. Een finaal ontwerp is er nog niet voor het gebouw. Alle mogelijkheden worden nog bekeken. Warmtebron Utrecht is zeker bereid om samen met de direct omwonenden te kijken wat hierin de mogelijkheden zijn.

15. Waarom is aardwarmte eigenlijk duurzaam? Aardwarmte is nog niet volledig duurzaam. Onder andere de gebruikte stroom voor de pompen is op dit moment nog niet 100% duurzaam. Wel is het zo dat het één van de meest duurzame bronnen voor warmte is op dit moment. Gebaseerd op de data uit 2014, duurt het ongeveer 2-3 maanden aan productie voordat de hoeveelheid energie die nodig is voor de boring van de bron gecompenseerd is. Hetzelfde geldt voor de hoeveelheid CO2 die hierbij is uitgestoten. De COP (coefficient of performance: de hoeveelheid energie die je eruit haalt in verhouding tot wat je er in stopt) waar rekening wordt gehouden bij Lean is ongeveer 15. Dit houdt in dat er 15x meer energie uit de bron gehaald wordt (in de vorm van warmte) dan dat er aan elektriciteit door de bron verbruikt wordt. Als men het gebruik van de bijvangst (gas opgelost in water) meeneemt dan kom je op een EOR (equivalent opwekkingsrendement) uit van ongeveer 580%.

16. In de ‘Staat van de Sector Geothermie’ (2017) signaleert Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) dat na een proefboring vaak direct wordt overgegaan tot winning zonder dat de benodigde vergunningen daarvoor verkregen zijn. Gaat dat bij Lean ook gebeuren? Dat kan voor Lean niet gebeuren. Hiervoor wordt onder andere de Mijnbouwwet aangepast (verwachting begin 2021) waardoor het niet meer mogelijk is om direct na de proefboring over te gaan tot winning. Er moet dan eerst een winningsvergunning worden aangevraagd. Op dit moment geldt er een tijdelijke maatregel om te voorkomen dat er direct en zonder vergunning wordt gewonnen en daaraan zijn wij ook gehouden.

17. Waarom vindt dit onderzoek plaats in ons woongebied? Onder een deel van Nieuwegein ligt een geschikte aardlaag om aardwarmte uit te winnen. Daarnaast is er meer dan voldoende warmtevraag in Nieuwegein en bevind zich er al een warmtenet.

18. Hoe wordt eventuele schade aan woningen als gevolg van de boringen afgehandeld? Komt er een garantiefonds? Er is nog geen garantiefonds maar daar wordt wel over gesproken met de overheid en de branche. Voor ons geldt dat veiligheid in alle gevallen voorop staat. Net als elke aannemer of elk bouwbedrijf is ook Warmtebron Utrecht aansprakelijk voor schade die ontstaat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Maar schadevergoeding is niet iets wat je eenzijdig afspreekt. Om zaken aan alle kanten goed af te dekken voor alle betrokkenen willen we samen komen tot een schadeprotocol waarin alle belangen zijn vertegenwoordigd. Hierin is wat ons betreft ook een omgekeerde bewijslast bespreekbaar. Kortom, ook dit is een aspect waarbij we uiterst zorgvuldig te werk willen gaan en waarbij omwonenden en belanghebbenden nauw betrokken zullen worden.

19. Wie gaat dit allemaal betalen? Het project wordt voor het grootste deel gefinancierd door de vijf partijen in het consortium. We hebben tevens een HER-subsidie ontvangen voor duurzame projecten waarmee we ongeveer een derde van de projectkosten kunnen dekken. We hebben ook een aanvraag gedaan voor subsidie volgens de SDE+ regeling voor het stimuleren van duurzame energieproductie, deze SDE+ hebben we nog niet beschikt gekregen. Voor de subsidieregelingen zie: https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/hernieuwbare-energie https://www.rvo.nl/subsidie-en-financieringswijzer/stimulering-duurzame-energieproductie-sde

2o. Wie is straks de eigenaar van de warmte die uit de bodem wordt gehaald? Als we met Lean kunnen aantonen dat er aardwarmte te winnen valt, dan wil Eneco deze warmte straks afnemen om de warmte in het warmtenet te verduurzamen. Vervolgens wordt deze warmte dan afgenomen door de bewoners van panden die aangesloten zijn op het warmtenet.

21. Moeten we bang zijn dat we met toestanden te maken krijgen zoals bij de Put van Weber waar alle chemische troep zo ingekieperd is terwijl verzekerd was dat het keurig volgens de geldende regels afgevoerd zou worden? Nee, dit zal niet gebeuren. We spreken hier over een geheel ander soort ‘put’ en wat de put in en uit gaat is gereguleerd en zal ook door ons aangetoond moeten worden onder toezicht van SodM. Tijdens de werkzaamheden zijn er continu mensen op de locatie en tijdens de productiefase zijn de putten afgesloten en is het terrein niet toegankelijk voor onbevoegden.

22. Waarom moet zoiets experimenteels uitgevoerd worden middenin bewoond gebied? Met zowel het boren naar als het winnen van aardwarmte is men bekend in Nederland en daarbuiten. Het ‘onbekende gedeelte’ dat we met Lean willen onderzoeken is de doorlaatbaarheid van de ondergrondse laag op een diepte van zo’n 2.700 meter. De belangrijkste reden dat we in de bebouwde omgeving naar aardwarmte zoeken is dat we de warmte die daar mogelijk te winnen valt direct aan de warmtevraag kunnen koppelen via het warmtenet. Aardwarmte wordt bij voorkeur gewonnen in de omgeving waar de warmte ook wordt gebruikt, aangezien je deze niet over (grote) afstanden wil vervoeren. Via de ondergrond, in verband met lange complexe, risicovolle en kostbare putten, of via de bovengrond, met lange complexe en kostbare warmtenetwerken waarvan de aanleg voor veel overlast en ook aanvullende risico’s zal zorgen. Daarnaast brengen langere afstanden ook meer verliezen met zich mee, zowel wat betreft temperatuur als wat betreft druk. Deze aspecten tasten zowel de duurzaamheid als de economische kant van het project aan. Daarom is het belangrijk dat de bovengrondse warmtevraag goed aansluit op het ondergrondse aanbod en andersom.

23. Wat heeft u als consortium gedaan met de aanbevelingen zoals die door SodM in de ‘Staat van de Sector Geothermie’ in 2017 zijn beschreven? SodM heeft in de ‘Staat van de Sector Geothermie’ in 2017 een vijftal aanbevelingen gedaan voor de aardwarmtesector. De focus van deze aanbevelingen is het verhogen van deskundigheid, veiligheid en het toepassen van ervaring opgedaan bij andere projecten en in het buitenland. Met de verschillende partijen in het consortium, brengt Warmtebron een grote hoeveelheid deskundigheid en ervaring samen, die opgedaan is in de olie- en gassector en verschillende aardwarmteprojecten in Nederland en het buitenland. Zo heeft Huisman veel ervaringen met boringen, heeft ENGIE ervaring met aardwarmteprojecten in het buitenland en heeft EBN veel ervaring met de ondergrond in Nederland. Daarnaast is DAGO (branchevereniging die de collectieve belangen van aardwarmte operators in Nederland behartigt en bijdraagt aan de ontwikkeling van aardwarmte in Nederland) actief met het delen van de lessen die op het gebied van aardwarmte in Nederland geleerd zijn binnen de sector. Voorbeelden van het toepassen van deze lessen zijn de life cycle benadering voor het ontwerpen en verbeteren van het putontwerp en het toepassen van extra industrie-standaarden.

24. Wat is het pomplawaai van 700 meter diepte? Dat is bovengronds niet waarneembaar.

25. Hoe lang duren de boorwerkzaamheden? Als het terrein gereed is gemaakt, worden de boortoren en de hulpinstallaties met vrachtwagens in containers aangevoerd. Daarna duurt het ongeveer een week voor de volledig elektrische boortoren van ongeveer 35 meter hoog en de hulpinstallaties geïnstalleerd zijn. Voor het boren in de stedelijke omgeving wordt een vrij slanke en relatief lage toren gebruikt met stille elektromotoren. Afhankelijk van de exacte locatie en wat de boor in de ondergrond tegenkomt, duurt het boren van een put naar verwachting zo’n 30 tot 50 dagen. De boorwerkzaamheden gaan dag en nacht door. Mocht de eerste put uitwijzen dat er voldoende aardwarmte te winnen valt, dan wordt er nog een tweede put geboord waarmee het water waaraan de warmte is onttrokken weer terug naar dezelfde aardlaag wordt gepompt. In dat geval komen er nog eens 30 tot 50 dagen bij.

26. Kan er ook ondertiteling bij de animatie komen? Jazeker, daar gaan we voor zorgen.

27. Kunt u een overzicht van de verdere procedure  en wat er aan vergunningen nodig is bijvoegen bij het verslag van de informatiebijeenkomsten? Uiteraard. Dit overzicht is inmiddels in de vorm van een artikel gepubliceerd op warmtebron.nu.

28. Is er nog een inspraakmogelijkheid na de proefboring? Als er uit een eerste boring en de daarop volgende test blijkt dat er niet geheel binnen de voorwaarden van de verleende vergunning kan worden gewonnen dan volgt er een mogelijke aanpassing van de vergunning waarop weer inspraak mogelijk is. Ook moet er na verloop van tijd een definitieve winningsvergunning inclusief goedkeuring op het winningsplan (vervolgvergunning) worden aangevraagd waar ook weer een vorm van inspraak op wordt geboden.

29.Hoe zit het met de momenten van inspraak ten aanzien van de winningsfase? Als er uit een eerste boring en de daarop volgende test blijkt dat er niet geheel binnen de voorwaarden uit de verleende vergunning kan worden gewonnen dan volgt er een mogelijke aanpassing van de vergunning waarop weer inspraak mogelijk is. Ook moet er na verloop van tijd een definitieve winningsvergunning inclusief goedkeuring op het winningsplan (vervolgvergunning) worden aangevraagd waar ook weer een vorm van inspraak op wordt geboden.

30. Hoe zit het met de rol van EZK? Zij zijn het bevoegd gezag voor het afgeven van vergunningen, zij investeren mee via EBN, staan boven de toezichthouder SodM en zijn via RvO ook de subsidieverstrekker. U voert nu met hun financiële steun een zoektocht uit naar aardwarmte. Is er daarmee geen sprake van de slager die zijn eigen vlees keurt? Op het gebied van aardwarmte vallen verschillende rollen en verantwoordelijkheden onder de politieke verantwoordelijkheid van de minister van EZK. Zo is het ministerie zelf verantwoordelijk voor passende wet- en regelgeving. Daarnaast is EZK ook het bevoegd gezag voor het afgeven van zowel de opsporings-, omgevings- en winningsvergunning. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) houdt zich als uitvoeringsorganisatie op het vlak van duurzaamheid bezig met onder meer subsidieregelingen zoals SDE+ en RNES (Garantieregeling Aardwarmte). Deelname van Energiebeheer Nederland (EBN) is vanuit EZK een van de versterkings- en versnellingsopties voor de ontwikkeling van de aardwarmtesector. EBN beschikt over kennis van ondernemen in de ondergrond en kan door deelname de kennis- en kapitaalsbasis van operators en projecten vergroten. Nu is die deelname nog vrijwillig en op verzoek van de initiatiefnemers van een project. Na de inwerkingtreding van de aangepaste Mijnbouwwet is deze deelname verplicht. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) is een rijksinspectiedienst. De dienst valt inderdaad onder de verantwoordelijkheid van de Minister van EZK maar opereert als onafhankelijk toezichthouder met een eigen mandaat. SodM zorgt voor de naleving van wettelijke regels met betrekking tot opsporen, winnen, opslaan en transporteren van delfstoffen. Al deze partijen hebben dus hun eigen verantwoordelijkheden en rol.

31.Bestaat de kans dat de pomp die het water omhooghaalt zorgt voor laag frequent geluid? Nee, dat ligt niet in de lijn der verwachtingen. De pomp hangt op honderden meters diepte in de put (de exacte diepte moet nog te bepaald) en er zijn bij andere aardwarmteprojecten in binnen- en buitenland geen gevallen bekend waar de pompen in de diepte voor laag frequent geluid zorgen.

Hoeveel sterren geef je dit artikel?

Heb je vragen?

Rita Vermeulen1 maart 2020 | 10:22

Ik geloof dat vraag 20 niet beantwoord is? De vraag is wie de eigenaar van de warmte is. Als Eneco de afnemer wordt, van wie nemen zij dan af en aan wie betalen ze daarvoor vergoeding?

Rita Vermeulen1 maart 2020 | 10:17

Ik zie uit naar de antwoorden op de nu nog ontbrekende vragen
-kan het proces van proefboring en warmtewinning in de woonwijk nog gestopt worden?
en…
om evt schade te kunnen aantonen, is het nodig om de huidige stand van de woningen in de betrokken wijken vast te stellen.
De vraag luidt dan ook:
-komt er voorafgaand aan de proefboring een onafhankelijke taxatie van de woningen in de betrokken wijken in Nieuwegein?

Op de hoogte blijven?

Ontvang nieuwe berichten per mail.

Deel dit bericht