14 november 2019
Eelke den Otter
Voormalig veiligheidsdeskundige project Haagse Aardwarmte

‘Communiceer open en eerlijk en creëer zo min mogelijk overlast’

Het enige aardwarmteproject dat momenteel in Nederland in een binnenstedelijke omgeving wordt gerealiseerd, bevindt zich in Den Haag. Ook al zitten ons aardwarmteprojecten Lean en Goud nog volop in de onderzoeksfase, we zijn erg benieuwd wat we kunnen we leren van de ervaringen tijdens het boren op die krappe meters aan de Leyweg. Zodra Warmtebron Utrecht in Nieuwegein een geschikte locatie heeft gevonden én de lokale politiek bepaalt onder welke voorwaarden hun medewerking verleent voor het verstrekken van de grond komt daar in de laatste fase van het onderzoek ook een onderzoeksboring in beeld. Dat geldt ook voor het onderzoeksproject Goud. Maar daar wachten we eerst op de onderzoekresultaten van het SCAN onderzoek dat EBN namens het Ministerie van Economisch Zaken en Klimaat uitvoert. 

Hoe werk je veilig in een stedelijk bebouwde omgeving en hoe zorg je dat omwonenden zich veilig voelen? We vroegen het aan Eelke den Otter, hij was in 2010 als veiligheidskundige namens het boorbedrijf NDDC medeverantwoordelijk voor de veiligheid op en rond de boorlocatie in Den Haag. Tegenwoordig is Eelke eigenaar van HSE Project Support waarmee hij deel uitmaakt van ESP Renewables, een internationaal samenwerkingsverband van veiligheidskundigen. Als tweede klus in zijn loopbaan was het aardwarmteproject aan de Leyweg in Den Haag voor hem een mooie en grote uitdaging. “Zeker omdat we op dat moment niet konden teruggrijpen op de ervaringen van een vergelijkbaar project midden in een stad in Nederland. Voordat we in Den Haag aan de slag gingen, stond onze boortoren in het Deense Sønderborg, dus dan begin je al met het opstellen van een verplaatsplan om de boortoren zo veilig en efficiënt mogelijk op de nieuwe werkplek te krijgen.”

Het project Haagse Warmte tijdens de uitvoering. Midden in de stad Den Haag aan de Leyweg.

Uitdagende locatie

Voor het inrichten van de boorlocatie aan de Leyweg in Den Haag was qua omvang een beperkt terrein beschikbaar van grofweg 35 bij 100 meter. Ter voorbereiding van de werkzaamheden werd op de locatie een vijver gedempt, een vloeistof-kerende asfaltplaat aangebracht en een muur van zo’n zeventig containers geplaatst om het geluid van de booractiviteiten zoveel mogelijk af te schermen van de nabijgelegen woningen. Aan de andere kant van de locatie werd het geluid voor een groot deel gedempt door bomen. Eelke: “Deze plek was beslist uitdagend. Zo werkten we vlakbij een ziekenhuis en pal langs onze boorlocatie liep een trambaan. Je probeert jezelf zo onzichtbaar mogelijk te maken al is dat niet eenvoudig als je met een gele boortoren van zo’n krappe 40 meter hoog aan de slag gaat.

Op afroep

De hele boorinstallatie werd vervoerd in 20- en 40-voets containers. Voor de aanvoer van de geluidswal waren 70 transporten nodig voor de installatie waren er dat 50. “Om verkeersoverlast te voorkomen creëerden we in de buurt twee wachtplaatsen. Van daaruit kwamen de vrachtwagens op afroep binnen 10 tot 20 minuten naar de boorlocatie, afhankelijk van de drukte in het verkeer. Om alles soepel te laten verlopen hebben we ook verkeersregelaars ingezet. Alle spullen die we niet continu nodig hadden, hebben we ondergebracht op het terrein van een lokale aannemer. Dat scheelt ook enorm in de ruimte.”

‘Werkelijk alles is van tevoren zo doordacht dat de risico’s naar een zeer acceptabel niveau zijn gebracht. Daar mag je als omwonenden op vertrouwen’

Risicomanagement

Om de veiligheid en de mogelijke risico’s tijdens het boren voor de omgeving vooraf zo goed mogelijk in kaart te brengen, is veel onderzoek gedaan naar de verschillende aardlagen. Eelke: “Daar komt bij dat vrijwel alle werknemers een achtergrond in de olie- en gaswereld hebben. Deze mannen en vrouwen zijn allemaal gepokt en gemazeld in het werken binnen een volwassen veiligheidscultuur.” Ook moet je als boorbedrijf van tevoren een compleet risicomanagementaanpak overleggen aan de toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM). Daarin staan de risico’s en de scenario’s van de boring uitgebreid beschreven. “Verder hebben we op locatie geoefend met noodscenario’s en het veiligstellen van de locatie. Werkelijk alles is van tevoren zo doordacht dat het risico naar een acceptabel niveau is gebracht. Daar mag je als omwonenden gewoon op vertrouwen.”

 

Eelke den Otter op de voormalige bouwplaats van het project Haagse Warmte. Het is geen werkterrein meer. Eelke kan er nu zonder veiligheidskleding, zoals een helm, rondlopen. Foto: Jorrit 't Hoen
Het bouwbord van de bedrijven die betrokken zijn bij het project Haagse Aardwarmte. Foto: Jorrit 't Hoen

Open en eerlijk

Een belangrijke succesfactor was ook de open houding van het boorbedrijf richting de omgeving. “Je moet niet aankomen met een moeilijk verhaal over aardlagen maar gewoon op een begrijpelijke manier uitleggen wat je komt doen en  wat er gaat gebeuren. We hebben de buurt uitgenodigd op de boorlocatie en gewoon alles laten zien. Open en eerlijk communiceren en zo min mogelijk hinder creëren voor de omgeving. Daar draait het allemaal om. Heel simpel, kijk bijvoorbeeld wat je overdag al kunt voorbereiden om lawaai tijdens de nachtelijke uren te voorkomen. Kortom, voel je verantwoordelijk voor alles dat samenhangt met de uitvoering van het werk en het effect op de omgeving.”

Hoeveel sterren geef je dit artikel?

Heb je vragen?

Op de hoogte blijven?

Ontvang nieuwe berichten per mail.

Deel dit bericht